-->
 
   Beginpagina
   Nieuws
   Evenementen
   Sport
   Nieuwsbrief
   Agenda
   Mededelingen

   Patchona
   Educatief
   Boekentips
   Fotoboek
   Leerlingenwerk
   Puzzels/spellen
   Groepswerk
   Links

   Algemeen
   Team
   MR
   Overblijven Voorhof
   Overblijven Veste
   Verzuimbeleid
   Schoolgids
   Downloads
   Contact
 

Inleiding

Een groot gedeelte van de schoolgids vindt u op deze site. Wilt u graag de volledige tekst? Dat kan ook: neem contact op met de school, we hebben de gids op papier en op CD-rom.
Tevens wordt binnenkort hier de nieuwe versie van de schoolgids geplaatst op deze site.

In de schoolgids proberen we aan te geven waar onze school voor staat, zodat u weet waarop u ons kunt aanspreken. In de gids staat hoe het onderwijs op onze school is opgezet, wat wij verstaan onder de (extra) zorg voor kinderen, wat wij van u verwachten en wat u van ons kan verwachten.

De schoolgids werd samengesteld door directie en bestuur van de school in overleg met het schoolteam en de Medezeggenschapsraad.

Dus, gaat uw kind binnenkort naar de basisschool omdat het vier jaar wordt? Of bent u verhuisd en zoekt u een school voor uw kind? Een school die goed bij uw kind en bij uw ideeën past? Dan zal deze gids u ongetwijfeld bij de keuze helpen.

Inhoudsopgave:
Hoofdstuk 2: Waar onze school voor staat
Hoofdstuk 3: De zorgbreedte
Hoofdstuk 4: Ontwikkeling van het onderwijs op onze school
Hoofdstuk 5: Het klimaat op school
Hoofdstuk 6: De organisatie van het onderwijs
Hoofdstuk 7: Als u overweegt om uw kind op onze school in te schrijven
Hoofdstuk 8: Resultaten van het onderwijs
Hoofdstuk 9: Naar het voortgezet onderwijs
Hoofdstuk 10: Wetenswaardigheden


Hoofdstuk 2: WAAR ONZE SCHOOL VOOR STAAT

KOERSPLAN

De 22 scholen binnen de Stichting Kopwerk hebben een Koersplan geformuleerd waarin de visie op ons onderwijs toekomstgericht is verwoord.
Onderstaand vindt u deze visie, eindigend op blz. 8. Daarna vindt u de uitgangspunten voor onze school in Enkhuizen. Deze passen binnen de visie van Kopwerk. Zodoende is er een lokaal maatwerk toegevoegd aan de algemene toekomstvisie.

Kopwerk koerst naar passend onderwijs!
Een andere tijd vraagt een ander onderwijs. Niet dat we alles weg willen gooien dat in de loop van ruim een eeuw is verworven. Dat zou dwaas zijn. Wel omdat we willen anticiperen op een samenleving die in een stroomversnelling is geraakt. Een veelvoud aan mogelijke antwoorden en richtingen dringt zich aan de scholen op. Vaak weten we nog niet wat de houdbaarheidsdatum van al die antwoorden en ontwikkelingen is… Soms is het lastig om het overzicht te bewaren. Kinderen van nu leven in iedere geval in een tijd die zijn eigen eisen stelt aan onderwijs en opvoeding. Het is aan ons om telkens de balans te vinden tussen vernieuwen en vasthouden en ons bewust te zijn van het spanningsveld dat daarbij hoort.
Al geruime tijd wordt er Kopwerkbreed nagedacht over de (inhoudelijke) gewenste richting van onderwijs en opvoeding. In het verlengde van de eerste vraag volgt vanzelfsprekend: 'hoe kunnen we onze scholen ondersteunen bij het geven van dat actuele onderwijs'. Hoe kunnen we anticiperen in plaats van keer op keer te worden geconfronteerd met verrassingen of voldongen feiten? Het resultaat van vele gesprekken, Centraal Directie Overlegmomenten, studiereizen en conferenties ligt hier voor u. Het geeft de richting aan die Kopwerk de komende jaren zal gaan en vertelt hoe we denken dat waar te kunnen maken. Met deze koers als baken zetten scholen en organisatie de komende vijf jaren op klassenniveau, schoolniveau en stichtingsniveau planmatig en warmbloedig concrete stappen.

1. Inclusief denken als onderstroom
Inclusief denken start in de jaren zestig. De wereld is op tilt. Het oude denken gaat uit van wij tegen zij, van winnen of verliezen. Daar horen vijandsbeelden helemaal bij. Het is vaak korte termijn denken. De twee wereldoorlogen en de vele conflicten daarna, de wapenwedloop, ze tonen aan dat deze denkwijze steeds minder voldoet.
Het nieuwe denken gaat er vanuit dat ons welzijn niet verkregen kan worden ten koste van de ander of zonder de ander. Dat lijkt idealistisch en niet reëel. Het hemd is immers nader dan de rok… Toch bewijzen Einstein, M.L. King en in onze tijd Mandela dat inclusief denken kansrijk denken is en uiteindelijk, zeker voor de lange termijn, perspectief biedt. Wanneer we aan onze kinderen laten zien en voorleven dat iedereen telt, dan is dat een krachtig signaal!
Inclusief denken is denken in samenhangen, pro-actief denken, maar ook lange termijn denken,. Daarbij heb je elkaar steeds nodig. Niemand wordt afgeschreven. Niet de snelle resultaten, maar een blijvende verandering die past bij onze keuzes is nodig om de toekomst geïnspireerd, gemotiveerd en met kwalitatief goed onderwijs tegemoet te treden. Inclusief denken is het waard om verder te onderzoeken en te praktiseren.

2. Niet zonder kinderen
Ieder kind mag er zijn! Ieder kind is waardevol en uniek. Het individu kan niet zonder het samen. Dit zijn drie uitgangspunten die in onze organisatie steeds weer bovenkomen. Ze vinden hun oorsprong in de christelijke traditie en hebben niets aan actualiteit ingeboet. In onze schoolgids staat dat alle kinderen welkom zijn, mits de ouders onze identiteit respecteren. Dit welkom betekent dus ook gaan voor maatwerk: een hoogbegaafd kind verdient wat het nodig heeft, een kind met een handicap ook. Onderwijs dat niet op voorhand kinderen uitsluit is ambitieus. Hoewel ouderwensen en Wet- en regelgeving (het rugzakje) steeds meer in deze richting tenderen. Deze ontwikkelingen krijgen dus ook vorm en inhoud vanuit de maatschappij. Het betekent in ieder geval dat we voor het leren van 'leervakken' minder klassikaal zullen werken en voor het leren van 'samenleven' misschien juist meer…
Kinderen komen naar school om te leren. We willen dat leren betekenisvol laten zijn. Om zo tegemoet te komen aan de basisbehoeftes van ieder kind: relatie, competentie, autonomie.
Alle leerlingen onderwijzen ongeacht hun talent, beperking of achtergrond in dezelfde buurtschool. Klinkt dat als irreëel of als de ultieme uitdaging? Het kan in ieder geval alleen als we elk kind dus ook in voldoende mate kunnen bieden wat het nodig heeft.
Hier past grote zorgvuldigheid in de afweging of wij als school in staat zijn een kind een individueel passend ontwikkelings-, cq leeraanbod te doen.
In het geval dat wij samen met de ouders concluderen dat wij daartoe op onze school niet in staat zijn, verplichten wij ons om met de ouders te zoeken naar een passend alternatief aanbod.
We gaan onze scholen die hiermee met vaart aan de slag durven en willen steunen. Ieder jaar is er voor een viertal scholen de mogelijkheid om ervaringen op te doen. Deze 'Koplampscholen' krijgen extra aandacht en faciliteiten. Het is de bedoeling dat ze hun ervaringen delen met elkaar en met andere scholen van binnen en buiten de organisatie. Elk jaar zullen onze scholen in de gelegenheid worden gesteld om 'Koplampschool' te worden. In 2010 zijn alle scholen een jaar 'Koplampschool' geweest.

3. Passende kwaliteit
Kopwerkscholen zijn geen eenheidsworsten. Schoolteams blijven dus zelf invullen hoe ze actueel en betekenisvol onderwijs realiseren. Het is daarbij van groot belang om de kwaliteit van dat onderwijs te meten en waar nodig te verbeteren. We kunnen prachtige plannen hebben en nobele principes. Uiteindelijk moet de uitkomst wel zijn dat kinderen voldoende groeien in kennis en in vaardigheden. Alle scholen hebben in 2002 afgesproken om via hetzelfde instrument (de kwaliteitskaarten van Cees Bos) in vier jaar hun kwaliteit in de volle breedte in kaart te brengen en waar nodig te versterken. De scholen melden minimaal jaarlijks wat de resultaten zijn en hoe ze verbeteringen gaan doorvoeren.
We hebben er dus baat bij dat de kwaliteit van onze scholen steeds gewaarborgd wordt. Scholen worden immers steeds meer afgerekend op de kwaliteit van het onderwijs. De stichting zal daarom stimuleren dat scholen elkaar visiteren. Hiervoor wordt een plan opgesteld. In 2010 is visitatie in de hele organisatie gemeengoed.
Om zicht te krijgen in hoeverre scholen al in staat zijn om om te gaan met verschillen is een inclusiemeter ontwikkeld. Deze inclusiemeter wordt ieder jaar door alle scholen ingevuld en uitgewerkt. Aan de hand van de uitkomsten wordt zo nodig bijgestuurd. Kwaliteit kan alleen gedijen als er op school oog en oor voor een goed klimaat is ontwikkeld. De algemene directie creëert en onderhoudt dat klimaat voor de stichting, de schoolleiders creëren en gunstig klimaat voor de school, en de leerkrachten doen dat in de klas. Niet alleen onze leerlingen, ook alle medewerkers moeten steeds kunnen groeien in relatie, competentie en autonomie.

4. Computers als relevant hulpmiddel
Actueel onderwijs is onderwijs inclusief computers. Maar hoe zet je de computers zo in dat ze het onderwijs dat wij voorstaan versterken en een bijdrage leveren aan de competentie en autonomie van onze leerlingen? Ook voor computerinzet werd in 2005 de beginsituatie van de scholen bepaald. Vervolgens is een deelplan ICT uitgewerkt. Ook hier gaan we scholen die extra intensief met de plaats van de computer in het onderwijs aan de gang willen ondersteunen en faciliteren. Ook deze scholen vragen we de opgedane ervaringen te delen met de overige scholen van Kopwerk. We waken er daarbij voor dat computers geen doel op zich worden, maar het onderwijs zo goed mogelijk versterken.

5. Niet zonder medewerkers
Plannen worden uitgevoerd en doorleefd door mensen op de werkvloer in de scholen en de klassen. Niets is zo frustrerend als een kast vol beleidsnotities, vol mooie woorden op papier. Na enige tijd staan ze stoffig in de kast…
We willen graag dat 'onze mensen' zich thuis voelen bij Kopwerk. Daarbij willen we onze medewerkers zo goed mogelijk steunen bij hun werk. Dat doen we door activiteiten en bijeenkomsten gericht op teams, door conferenties, door intervisie, door training en door opleidingen te organiseren. Al deze onderdelen krijgen structuur in de Kopwerkacademie. Ieder jaar in mei zal een aanbod voor medewerkers worden opgesteld. Ook krijgen alle medewerkers jaarlijks de gelegenheid om aan te geven aan welke opleiding of ondersteuning ze behoefte hebben. Drie onderwerpen krijgen tussen 2005 en 2010 zeker aandacht: het gericht opleiden van interne begeleiders, voor directies: het implementeren en borgen van onze koers, dus een meer inclusieve manier van onderwijs, voor leerkrachten: het omgaan met gedragsproblematiek. Verder wil Kopwerk de mobiliteit van medewerkers verhogen. Dit doen we door het houden van loopbaangesprekken en het jaarlijks inventariseren van de wensen van alle medewerkers. Met alle medewerkers worden functioneringsgesprekken gehouden. Vanaf 2006 worden ook systematisch en niet alleen incidenteel beoordelingsgesprekken ingevoerd.
Het is bij het vinden van nieuwe medewerkers belangrijk dat ze mee vorm willen en kunnen geven aan onze koers. Door de LIO contracten krijgen we van jonge medewerkers al een goed beeld. Tijdens sollicitaties spreken we altijd over de koers. Nieuwe mensen worden begeleid, daarvoor zijn sluitende afspraken gemaakt. Al met al blijft het vinden en binden van medewerkers de komende tijd van groot belang.

6. Met betrokken ouders
Een van de verworvenheden van het P.C. onderwijs die we niet willen kwijtraken is de betrokkenheid van de ouders bij onze scholen. Want opvoeden doe je als het even kan samen. Betrokkenheid van ouders gaat niet vanzelf. De verzuiling is voorbij en het automatisch door ouders binnen de zuil kiezen voor een school ook. In onze tijd werken vaak beide ouders en lijkt tijd schaarser. Ook gedragen ouders zich vaker als consument van onderwijs en minder als deelnemer. Kopwerk kiest duidelijk voor participatie. We zullen dus op een aantal scholen nieuwe wegen moeten vinden om onze ouders en nieuwe ouders te blijven binden aan de school en de ontwikkelingen van de school. We zullen in ieder geval op alle scholen onze ouders serieus moeten nemen. Dat vraagt om goede communicatie en een heldere lijn. De tijd dat ouders vooral of alleen voor hand en spandiensten werden ingezet is voorbij! Voor de scholen en voor de stichting ligt hier een uitdaging. Het goed invullen van de schoolraden kan hierbij helpen. Ook het ouderdeel van de MR kan hier een belangrijke rol spelen.
Daarnaast komt er een Kopwerk Ondersteunings Punt (KOP) in de lucht. Hier kunnen ouders en andere belangstellenden informatie krijgen over de ontwikkelingen van ons onderwijs. Hier kunnen ze ook met concrete vragen, reacties en ideeën terecht. Vanaf Augustus 2006 is dit punt operationeel.

7. Aan de basis een cultuur van de lerende organisatie
Als je met elkaar ambities waar wilt maken, dan gaat dat niet vanzelf. Al eerder kozen we binnen onze stichting voor een lerende organisatie met de daarbij horende professionele cultuur. Een cultuur waar medewerkers zich veilig kunnen voelen en elkaar aanspreken op gedrag. Deze cultuur staat op sommige scholen nog in de kinderschoenen en is op andere plaatsen bijna vanzelfsprekend. De professionele cultuur verdient zeker onderhoud, op een aantal plekken nadere uitleg en zeker training.
De belangrijkste regels voor een professionele cultuur:

  • we richten ons op ontwikkelingen
  • we maken goed gebruik van elkaars kwaliteiten
  • we denken in oplossingen
  • we werken transparant
  • we spreken elkaar aan op gedrag
  • we beslissen op grond van ervaringen
  • verantwoorde risico's nemen mag
  • de leiding ontwikkelt respect
  • de professie van de medewerkers staat centraal
  • pluriformiteit in veranderingen wordt gestimuleerd

Dit onderdeel heeft ook een vaste plaats gekregen in een aantal activiteiten van de 'Kopwerkacademie'.

8. Passend onderwijs
Wij hebben geen behoefte aan een nieuwe kreet of het volgende containerbegrip. Voor Kopwerk is passend onderwijs alle maatregelen bij elkaar die hierboven (punt 1 t/m 7) staan aangegeven die uiteindelijk moeten leiden tot een passend onderwijsaanbod. Kopwerk is niet de enige organisatie die streeft naar een zo inclusief mogelijk onderwijs. We delen daarom onze ervaringen met andere organisaties die ook stappen in deze richting zetten. En wij willen uiteraard leren van de werkwijze van anderen.
Het netwerk van interne begeleiders kan een belangrijke rol spelen bij het verspreiden en met elkaar delen van kennis en het implementeren daarvan. Zij kunnen de leerkracht daadwerkelijk terzijde staan en coachen bij het goed omgaan met verschillen.
Kopwerk zal daar waar mogelijk de contacten met scholen voor speciaal onderwijs verder intensiveren omdat we graag gebruik maken van elkaars kennis en expertise.

09. Inclusief financiën
Veel van deze plannen worden gefinancierd uit bestaande budgetten. Voor de pilots en voor de Kopwerkacademie zal een extra beroep op de middelen van Kopwerk worden gedaan. Dit wordt volgens de afgesproken systematiek meegenomen in de begrotingen van de schooljaren 2005-2010. We beseffen dat we ambitieuze doelen hebben. We zullen een uiterste inspanning leveren om voor dit traject ook extra subsidies aan te boren.

10. Van plan naar uitvoering
Koersplannen op papier zetten is een belangrijke eerste stap. Plannen realiseren vergt meer! We steken hier nadrukkelijk in op de lange termijn. Iedere school mag binnen de kaders van dit koersplan in een verstandig tempo zijn pad bepalen en (verder) op weg gaan. Alleen stilstaan is geen optie. We kunnen immers niet achteruit de toekomst tegemoet.
Kortom, we kunnen deze koers met alle deelplannen die er op stichting - en schoolniveau uit voortvloeien alleen gestalte geven inclusief alle scholen en inclusief alle medewerkers, dus inclusief jou!

Uitgangspunten

P.C.B.S. ENKHUIZEN: Een christelijke school, die gestuurd onderwijs op maat binnen een veilige omgeving wil bieden.

  • zich veilig voelen
  • leren relaties met anderen aan te gaan
  • leren voor zichzelf en anderen op te komen
  • het gevoel hebben iets te betekenen, ook voor een ander
  • een zekere harmonie ontwikkelen tussen verstand en gevoel
  • de eigen mogelijkheden leren benutten en de eigen beperkingen leren aanvaarden
  • de vaardigheden aanleren die onmisbaar zijn in de huidige samenleving

Net als u thuis, houdt onze school zich bezig met opvoeden van kinderen. Daarom beperken we ons niet alleen tot de schoolvakken. Onze school wil een leefgemeenschap zijn waar kinderen iets leren en zich kunnen ontwikkelen in een houding van zelfvertrouwen, zelfkennis en positief gedrag naar anderen.

Dat is nogal wat, alles bij elkaar. Gelukkig kan er veel spelenderwijs geleerd worden. En mocht er eens wat mis gaan, iets waarvan u denkt: "Dat strookt niet met de doelstellingen", of met uw eigen opvattingen, aarzel niet om er naar te vragen en kom er over praten.

Leren
De leerprestaties worden op onze school veelvuldig besproken, in het schoolteam, met de kinderen zelf en met de ouders. Niet alleen om de prestatie zelf, maar vooral om uit te vinden hoe die prestaties tot stand komen. Meer hier over leest u onder het kopje "Zorgbreedte".

Dagelijks wordt er op onze school aandacht besteed aan de godsdienstige vorming. Op maandag is er de weekopening, waarin het thema van de week wordt aangekondigd en uitgelegd. Op de andere weekdagen wordt dit thema verder uitgediept in bijbelverhalen en verhalen die weliswaar niet direct uit de bijbel afkomstig zijn, maar die wel betrekking hebben op het thema. Zo proberen we de verhalen te vertalen naar de tijd waarin we leven. We hopen dat kinderen zo leren met respect om te gaan met anderen en met de schepping.

De zgn. basisvaardigheden (lezen, taal, rekenen) krijgen ruime aandacht. Deze vaardigheden zijn noodzakelijk om in onze maatschappij te kunnen functioneren. Daarnaast is er de nodige aandacht voor de wereld om ons heen in schoolvakken als aardrijkskunde, geschiedenis en biologie.
Een meer ontspannend karakter, maar daarom niet minder belangrijk, hebben vakgebieden als tekenen, muziek, handvaardigheid en gymnastiek. Ook daar moet wat geleerd worden, maar ook en vooral geven deze vakgebieden mogelijkheden zinvol om te leren gaan met ontspanning en vrije tijd.

Binnen de richtlijnen die de Overheid stelt, is voldoende mogelijkheid om variatie te brengen in de indeling van de schooldag.

Bij de kleutergroepen komen een aantal onderdelen steeds terug:

A - Kringactiviteiten

  • Taalactiviteiten zoals luisteren naar een verhaal, zelf iets vertellen en diverse leergesprekken.
  • Voorbereidend lezen en rekenen zoals spelen met klanken, rijmen, letterspelletjes, cijfers, tellen en allerlei rekenkundige begrippen.
  • Dramatische vorming. Zoals het naspelen van een verhaal, het uitbeelden van emoties en jezelf leren presenteren voor een groep.
  • Muzikale vorming. Natuurlijk leren de kleuters veel liedjes en wordt er aandacht besteed aan maat en ritme en het omgaan met instrumenten.
  • Zintuigelijke waarneming. Door middel van spelletjes leren de kleuters gedetailleerd waarnemen met hun ogen, oren, handen, neus en mond (bijvoorbeeld: zoek dezelfde, wat is weg?, wat voel je? etc.)
  • Godsdienstige vorming: er worden bijbelverhalen verteld en soms nagespeeld. Samen bidden, zingen en samen meeleven met gebeurtenissen om ons heen komen hierbij ook aan de orde. Op maandag zitten we bij elkaar om de week te openen.

B - Bewegingsonderwijs
Naast het buitenspelen bewegen de kleuters ook in het speellokaal. Hier vinden de volgende bewegingsactiviteiten plaats:

  • Bewegen op muziek.
  • Bewegings- en tikspelen.
  • Klimmen, klauteren, mikken, glijden, balanceren.
  • Werken met klein materiaal zoals ballen en hoepels.

C - Spelen en werken
De lessen in de kleutergroepen worden steeds in projectvorm aangeboden. We werken rond dit thema in de kring en tijdens het spelen en werken. In de klas worden diverse knutselactiviteiten aangeboden. Daarnaast is er ruimte voor vrije keuze activiteiten in de diverse hoeken.

Kleuters leren vooral door "doen", door te spelen. Daarvoor is er op school veel speelmateriaal aanwezig. Door dit materiaal in te zetten op het moment dat uw kleuter daar aan toe is, wordt het speelmateriaal een dimensie groter: het wordt speel/leermateriaal. Al doende leren ze!

De kinderen hebben hun eigen materiaalkaart waarop de leerkracht aangeeft welke spelletjes zijn gedaan. Alle spelletjes en ook de verdere leerstof voor de kleuters is geordend op niveau. Door veel van dat "doen" te verwoorden, te bespreken, leren de kleuters veel woorden en begrippen. Dat is nodig voor het latere lees-, taal- en rekenonderwijs.
In de methode "Schatkist" hebben we een moderne vorm van ondersteuning van het onderwijs aan kleuters gevonden. Door met deze methode te werken komen alle aspecten van het kleuteronderwijs systematisch aan bod op een speelse manier, die tegelijk goed onderbouwd is.
Langzaam maar zeker groeien de kinderen toe naar een meer gebonden vorm van lessen; het leren lezen en rekenen in groep 3 is daar een goed voorbeeld van.

Het "rooster" van vroeger heet nu weliswaar "activiteitenplan" maar de bedoeling is nog steeds hetzelfde: alle vakgebieden worden daarin gepland. In de groepen 3 t/m 8 horen daar, behalve taal en rekenen ook de zaakvakken bij (aardrijkskunde, geschiedenis en biologie en ook verkeersonderwijs) en de expressievakken (tekenen, handvaardigheid, muziek, gymnastiek).

Wat sterk veranderd is in de loop der jaren is de manier van werken. Er wordt op onze school veel meer samen gedaan; zelfs afkijken is niet altijd verboden. Uiteindelijk kunnen kinderen ook van elkaar leren! Maar: samenwerken, hoe doe je dat? Zelf verantwoordelijk zijn voor je taakinvulling en zelfstandig werken, het valt soms niet mee!

Soms zijn kinderen al wat verder in de ontwikkeling, andere kinderen hebben juist extra ondersteuning nodig. In beide gevallen kan het voorkomen dat er in kleine groepjes en soms zelfs even in een andere klas met ze gewerkt wordt.

Maar ondanks al die veranderingen moeten de kinderen nog steeds leren lezen, schrijven en rekenen.
Onze taal verdient veel aandacht: spellen, lezen, schrijven, zuiver formuleren wat je bedoelt, een dictee en een beetje ontleden, het hoort er allemaal bij. Taal is het middel om te communiceren met anderen, om je te kunnen redden in de maatschappij.

Goed spellen, zeg maar: foutloos leren schrijven is nog altijd belangrijk. Daarnaast wordt erg veel aandacht besteed aan leren praten en luisteren. Reageren op wat een ander zegt, je eigen mening goed overbrengen, zodat de ander daar wat mee kan.

Taalonderwijs is op onze school ook gericht op spreken en luisteren, dat is minstens zo belangrijk als foutloos schrijven.

Het rekenonderwijs is vooral gericht op begrijpen waarmee je bezig bent. De vele maniertjes om aan een goed antwoord te komen zijn veel minder belangrijk dan het begrijpen waarom we zo rekenen. Ook is het heel gewoon als kinderen hun eigen oplossingsmethode gebruiken en die kan best wat afwijken van de methode die wij als volwassene handig vinden.
Praktisch rekenen vooral, met tabellen en grafieken, zoals dat ook "in het echt" voorkomt.
Natuurlijk moeten kinderen een aantal rekenvaardigheden uit het hoofd kennen. De "tafels van vermenigvuldiging" zijn hier een een bekend voorbeeld: uit je hoofd kennen dus!

Het rekenen met rijtjes en eindeloze herhalingen is op onze school deels vervangen door veel meer praktijkgerichte- en dus herkenbare rekenopgaven.

In de eerste schooljaren worden de zaakvakken niet gescheiden. De onderwerpen die behandeld worden hebben vaak zowel aspecten van het ene, als van het andere vakgebied. We noemen dat "wereldoriënterend" onderwijs.
Vanaf groep 5 is die scheiding er wel. Het leren van feiten (topografie en enkele jaartallen bijvoorbeeld) is hier bedoeld als kapstok, om houvast te geven in een veelheid van onderwerpen. Veel meer dan vroeger is er aandacht voor middelen die informatie kunnen geven. De kinderen leren al vroeg om te gaan met woordenboeken en een atlas. En ook is bijvoorbeeld de computer beschikbaar als ondersteuning van de lessen en om eens extra te kunnen oefenen.
Het ICT-onderwijs (=onderwijs in informatie- en computertechnologie) is ingebed in ons totaalprogramma. Van groep 1 t/m groep 8 werken de kinderen wekelijks onder leiding van een ouder of leerkracht met de computer.
Oplopend van het spelen met kleuren en vormen in de laagste groepen tot tekstverwerking en Internet in de oudste groepen, wordt vorm gegeven aan dit hedendaagse aspect binnen het onderwijs. Dit kan zowel in de computerruimte als in de klas gebeuren.

De creatieve vakgebieden komen ook aan bod, er wordt gezongen en muziek gemaakt en natuurlijk wordt er getekend en geknutseld. Soms worden de lessen handvaardigheid in de vorm van "creatieve middagen" gehouden. Dan mogen de kinderen uit een aantal creatieve activiteiten kiezen en worden ze ingedeeld in groepjes die dezelfde voorkeur hebben, onafhankelijk van de leeftijd. Daarbij is extra hulp van ouders onontbeerlijk. Na afloop worden de producten tentoongesteld in de school.

Voor de gymnastiekles gaan we vanaf groep 3 naar de sportzaal. 't Is wel even lopen, maar daar zijn veel meer mogelijkheden aanwezig.

Ook voor de zwemles gaan we de school uit. Gedurende drie jaar zijn er lessen in het overdekte zwembad. Vanuit De Voorhof gaan de kinderen met de bus naar het zwembad, de afstand is veel te groot om te lopen.
Vanuit De Veste is het eigenlijk ook een eind, maar lopen lukt nog net voor groep 3 en 4. De groepen 5 en 6 gaan op de fiets.

Leren doe je op school, natuurlijk! Leren moet! Maar gelukkig is leren op school vaak best leuk! Vooral als leren betekent: zelf ontdekken of samen ontdekken!

Zelfstandig werken
Veel meer dan vroeger wordt kinderen geleerd zelfstandig te werken. In de zgn. weektaak krijgt dat vorm. Al in de kleutergroep is er die weektaak. Niet zo omvangrijk, maar toch…
Uiteindelijk wordt na een steeds groeiende zelfstandigheid in de bovenbouw ong. 2 tot 2 ½ uur per dag gewerkt aan de weektaak.
Belangrijk is vooral het zelf plannen van het werk en de verantwoordelijkheid die daar bij hoort. Op tijd je werk "af" en ingeleverd.
De weektaak wordt op onze school gevuld door de leerkracht. De vakman of vakvrouw maakt dus uit welke- en wanneer bepaalde lesonderdelen worden gemaakt. Individueel kan dat sterk verschillen, niet voor iedereen is de weektaak hetzelfde. Misschien is de normale weektaak te omvangrijk, of misschien kan een kind wel wat meer verdiepend werken. We proberen zo met ieder rekening te houden.

Jaarlijks wordt door de hele school heen een project gedaan, waarbij elke groep op eigen niveau werkt aan hetzelfde onderwerp. Dat wordt afgesloten met een presentatie aan de ouders en de kinderen van de andere groepen.
Feesten moeten er natuurlijk ook gevierd worden, Sinterklaas, Kerst, verjaardagen, noem maar op. En ook het afscheid dat groep 8 neemt in juni/juli, wordt gekenmerkt door "feest".

Groepsindeling
Op onze school zijn de leerlingen in het algemeen verdeeld in groepen die een gelijke of bijna gelijke leeftijd kennen.
In de kleutergroepen wordt gewerkt met heterogene groepen, d.w.z. dat er in een groep zowel kinderen van groep 1 als van groep 2 zitten.

Leerlingen "volgen"
Ongetwijfeld wilt u als ouder dat uw kind "goede resultaten haalt". Wat is dat, een goed resultaat? Voor ieder kind ligt dat anders. In het algemeen zullen wij proberen uw kind aan zijn of haar "plafond" te krijgen. Als het er wel in zit, maar er niet uitkomt, zoals we wel eens meemaken, dan is dat natuurlijk jammer. Sterker nog, dan moeten wij ons afvragen of er wel alles aan gedaan is om de beoogde resultaten te halen.
Samen met u willen we in de gaten houden of uw kind op het eigen niveau die resultaten boekt die te verwachten zijn. Soms is daarbij wat extra hulp nodig en die hulp kunt u dan ook van ons verwachten.

De vorderingen van de kinderen worden op school zo nodig in de teamvergaderingen besproken. Als alles goed gaat zal uw kind niet elke keer de revue passeren.
Ook bij het verschijnen van een rapport bespreken we de kinderen. Eén keer per schooljaar zelfs alle kinderen, een marathonvergadering! De beide andere keren alleen kinderen met opvallende resultaten, zeg maar: als er een punt verschil in een rapportcijfer zit, zowel positief als negatief.

In het Gemeenschappelijk School Onderzoek worden de kinderen vanaf groep 3 twee maal per jaar getoetst en uit de gegevens van het Leerlingvolgsysteem blijkt vervolgens, wie waar nog problemen ondervindt. Het gaat dan met name om de aspecten technisch- en begrijpend lezen, rekenen en spelling.

Het leerlingvolgsysteem informeert ons niet alleen over individuele leerlingen, maar ook het aanpassen van de lessen aan een hele groep kan zijn oorzaak vinden in de resultaten die hier zichtbaar gemaakt worden.
Zo kan bijvoorbeeld blijken dat de lessen spelling in het spellingsprobleem van de ij en de ei niet voldoende hebben opgeleverd, omdat er binnen de groep wel erg veel uitvallers zijn. Herhalen dus! Of misschien zelfs op zoek naar een betere methode.

Het rapport verschijnt in de kleutergroepen 1, dan wel 2 keer en in de groepen 3 tot en met 8 drie keer per schooljaar.
Vanaf het schooljaar 2007-2008 zullen de rapporten digitaal worden uitgevoerd.

In de loop der jaren wordt het dossier van uw kind steeds omvangrijker. De observaties van de kleuterleidster worden daar als eerste in bewaard. Later komen daar de gegevens van de toetsen bij en de cijfers uit de rapporten. Als er over uw kind speciale afspraken met u worden gemaakt, of als er een handelingsplan wordt opgezet, wordt ook dit bewaard. Zodoende ontstaat een goed overzicht van de ontwikkeling vanaf groep 1 naar groep 8.
Gelukkig biedt de computer tegenwoordig prima mogelijkheden om alles op te slaan.

Nadat uw kind de school verlaat, worden alleen de persoonlijke gegevens, zoals naam, geboortedatum enz. gedurende langere tijd opgeslagen. Dat schrijft de Overheid voor, want ook van daar uit wil nog wel eens controle plaatsvinden. Al die andere gegevens worden vernietigd, voor zo ver ze niet kunnen worden meegegeven.

Er wordt veel over uw kind opgeschreven. Vorderingen, cijfers, gegevens uit het leerlingvolgsysteem, noem maar op. Als u dat wilt mag u dat natuurlijk allemaal inzien. Het leerlingdossier is, behalve voor de school, alleen voor u toegankelijk. En slechts met uw toestemming, eventueel voor anderen.


Hoofdstuk 3: DE ZORGBREEDTE

Ieder kind is anders. Aan al die kinderen met hun sterke en zwakke kanten de aandacht geven die ze nodig hebben, valt soms niet mee!
Toch doen we op onze school erg ons best om aan die individuele behoeften tegemoet te komen. "ZORGBREEDTE" noemen we dat.

Ons doel is om binnen de school zo veel mogelijk die individuele hulp te geven die nodig is om samen met elk kind een optimaal leerresultaat te behalen.

Voor een deel kunnen we dat als school zelf aan, voor een deel ook mogen we daarbij rekenen op hulp van buiten.

In de kleutergroepen worden de kinderen regelmatig geobserveerd. De relevante gegevens worden bijgehouden op overzichten. Zo wordt o.a. de ontwikkeling van het taalgebruik, de contacten met kinderen en volwassenen en de begripsvorming gevolgd.
Aan het eind van groep 1 worden alle kinderen voor het eerst gescreend op het risico van dyslexie om in het geval daar sprake van zou kunnen zijn, er zo vroeg mogelijk bij te zijn.
In groep 1 en 2 wordt bij alle kleuters een landelijk genormeerde taaltoets afgenomen om inzicht te krijgen in de taalontwikkeling van de leerlingen. Verder is er de toets ordenen, deze geeft inzicht in de vaardigheden die voor rekenonderwijs nodig zijn.

Binnen onze school worden de kinderen vanaf groep 3 twee maal per jaar getoetst op de gebieden technisch lezen, begrijpend lezen, spelling en basiskennis rekenen. De resultaten van die toetsen worden opgenomen in het Leerlingvolgsysteem. Dat maakt het mogelijk om de resultaten te volgen gedurende de hele schoolloopbaan.

Nadat zo'n toets is afgenomen, wordt in een overzicht het resultaat bekeken. Kinderen die minder dan 75% van de toets goed gedaan hebben, worden daarna besproken.

Ook kinderen die uitzonderlijk goed presteren verdienen extra aandacht, zij hebben vaak behoefte aan meer-, of andere uitdaging in de leerstof.

Soms is het nodig wat beter te kijken naar de resultaten en vooral naar hoe die tot stand kwamen. Zonodig kan overwogen worden extra hulp te geven om een drempel te helpen overwinnen. Soms ook wordt hulp van buiten ingeroepen.

Voor kinderen die problemen hebben met de lesstof kan zonodig een handelingsplan opgezet worden. Binnen zo'n plan wordt omschreven welk doel we willen bereiken en welke hulpmiddelen daarbij moeten worden ingeschakeld. Ook wordt afgesproken wanneer wordt bekeken of dit resultaat heeft en wat er te doen staat na zo'n evaluatie.

Bij de samenstelling van zo'n handelingsplan kan eventueel de hulp van de Onderwijs Begeleidings Dienst (OBD) ingeroepen worden, of van collega's van andere scholen.
Binnen het Samenwerkingsverband is er de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL), die na aanmelding advies geeft over een mogelijke aanpak van problemen. Deze commissie besluit zonodig ook over de toelaatbaarheid tot de speciale school voor basisonderwijs. (zie ook de toelichting in de bijlage op blz. 30)
Het plan wordt vervolgens binnen onze school (meestal ook binnen de eigen groep) uitgevoerd.
Als sprake is van een handelingsplan worden de ouders daar vooraf over geïnformeerd.

De extra hulp aan kinderen wordt meestal binnen de groep geboden, soms echter is het nodig om RT (remedial teaching) in te schakelen. In dat geval wordt een kind apart buiten de groep geholpen. De extra oefeningen kunnen in de klas opvolging krijgen en eventueel kan er thuis geoefend worden.
Voor zo ver de extra hulp niet binnen de groep geboden kan worden, is er de mogelijkheid voor RT (remedial teaching). Daarvoor kunnen wij o.a. ook een beroep doen op enkele oud-collega's. Zij doen dit werk met veel inzet en bereiken daarmee goede resultaten. Op de Voorhof is er gedurende 2 dagen per week RT beschikbaar en op de Veste is dat 1 dag.

Alle scholen in deze regio werken samen binnen het zgn. Samenwerkingsverband "De Streek". Binnen die samenwerking is het mogelijk hulp te zoeken voor kinderen met problemen, bijvoorbeeld door bij collega-scholen advies te vragen, of door het inroepen van deskundige hulp voor een kind.

De bedoeling is: zo mogelijk steeds het kind binnen de eigen school te blijven helpen.

Van iedere leerling wordt bijgehouden wat de prestaties zijn. Daarnaast worden bijzonderheden genoteerd uit leerlingbesprekingen, gesprekken met u als ouders, handelingsplannen voor extra hulp en dat alles door de jaren heen. Deze bestanden worden beheerd door de Intern Begeleider en zijn alleen met uw toestemming door anderen in te zien. Ouders zelf kunnen natuurlijk altijd vragen om deze informatie.

Centraal in deze ZORGBREEDTE staat de Intern Begeleider, die de zorg coördineert. Daartoe is ook tijd vrij gemaakt binnen het schoolrooster.

Wat merkt u nu van al die genoteerde resultaten?
Allereerst zijn er drie maal per jaar de rapporten die de stand van zaken weergeven. Steeds is er rondom de verschijningsdatum van zo'n rapport een spreekavond. Daarnaast is er geregeld een spreekuur. Dit alles wordt in de Nieuwsbrief, die om de week verschijnt, aangekondigd.
Mochten de resultaten daar aanleiding toe geven, dan wordt u van onze kant uitgenodigd voor een gesprek.

U kunt dus steeds goed op de hoogte blijven.
U bent altijd welkom als u geïnformeerd wilt worden.

Heel in het kort de procedure binnen de ZORGBREEDTE:

  • na de toetsen overleg tussen Intern Begeleider, directeur en groepsleerkracht
  • eventueel contact met de ouders
  • afspraken voor extra hulp binnen de klas
  • zonodig hulp buiten de klas, maar binnen de school (door de RT-er bijv.)
  • contact met de ouders
  • advies buiten de school inwinnen
  • extra hulp binnen of buiten de klas, maar binnen de school
  • contact met de ouders
  • onderzoek buiten de school voor eventuele verwijzing naar een andere school

Ouders spelen dus een belangrijke rol in deze procedure en terecht. Een eventuele aanmelding voor speciaal onderwijs gebeurt dan ook door de ouders.

Zitten blijven of niet?
Het komt niet zo vaak als vroeger meer voor dat kinderen blijven zitten. Ook als de resultaten wat achter blijven, kan een kind "over gaan". In de volgende klas zal de leerkracht (opnieuw) proberen rekening te houden met de speciale hulpvragen van het kind. Al eerder is vermeld dat verschillen binnen de groep best mogelijk zijn.
Alleen als in overleg met de ouders geconcludeerd wordt dat zitten blijven nuttig zou kunnen zijn, behoort dat tot de mogelijkheden. Ouders hebben in zo'n geval een doorslaggevende stem.


Hoofdstuk 4: ONTWIKKELING VAN HET ONDERWIJS OP ONZE SCHOOL

Het volgen van de ontwikkelingen en nascholing blijft nodig om verantwoord onderwijs te kunnen geven, ook op onze school.

Het zal u duidelijk zijn dat het onderwijs sterk veranderd is, vergeleken met de tijd dat u zelf naar school ging. Er wordt op een andere manier lesgegeven, er zijn nieuwe methoden en apparaten in de school verschenen. En die ontwikkeling blijft steeds gaande.
Ook op een breder vlak zijn er zaken die veranderen. De samenwerking met het speciaal onderwijs (In ons geval is dat de huidige school voor speciaal basisonderwijs 't Palet in Stede Broec) is intensiever geworden. Het beleid van de overheid is er op gericht meer leerlingen binnen het gewone basis-onderwijs te houden. Een basisschool zal daardoor beter moeten worden toegerust om kinderen met een individuelere aanpak te kunnen opvangen. Veel is er op dat gebied al gebeurd en nog steeds is het onderwijs in ontwikkeling. Concreet betekent het bijvoorbeeld dat veel meer dan vroeger kinderen worden gevolgd in hun ontwikkeling. Zowel op sociaal-emotioneel als op cognitief gebied. Mede dankzij deze ontwikkeling is het onderkennen van problemen daardoor vaak eerder en beter mogelijk dan in het verleden. Binnen onze school wordt door o.a. nascholing gewerkt aan het adequaat inspelen op veranderingen. Een ontwikkeling die op zich natuurlijk wel kritisch gevolgd moet worden. Niet elk voorstel tot aanpassing is meteen ook een verbetering!
De Interne Begeleiders hebben een speciale extra opleiding gevolgd waardoor zij in staat zijn om -zonodig met hulp van het speciaal onderwijs- leerkrachten te begeleiden bij hun aanpak met kinderen die extra zorg behoeven.
Door alle ontwikkelingen ontstond ook de behoefte om als scholen onderling samen te werken, hetgeen leidde tot het Samenwerkingsverband De Streek. Samen voelen de scholen zich verantwoordelijk voor de totale zorg voor de kinderen binnen dit samenwerkingsverband. In dit kader past ook het netwerk van de Interne Begeleiders.

Binnen de eigen school worden de gebruikte methodes steeds kritisch bekeken. Boeken raken gewoon versleten, of zijn op een gegeven moment verouderd. Dan moet gezocht worden naar vervanging door een modernere methode. Bij het aanschaffen van een nieuwe methode gaan we niet over een nacht ijs. Naast vergelijkend onderzoek door specialisten, kijkt ook een aantal leerkrachten naar de diverse methodes, leggen we ons oor te luister bij andere scholen en proberen we zo mogelijk eerst het een en ander uit voor we tot aanschaf overgaan. Het vervangen van een methode is een kostbare zaak en alleen daarom al moet dat zorgvuldig gebeuren.

De veranderende opvattingen over onderwijs en de ontwikkelingen binnen het onderwijs hebben op onze school ook geleid tot een andere manier van klassenmanagement. Er is gezocht naar een vorm die ruimte gaf voor een grotere zelfstandigheid bij de kinderen, een meer gedifferentieerde aanpak van leerstof en meer gelegenheid om kinderen individueel of in een groepje binnen de klas extra te begeleiden. Die vorm hebben we gevonden binnen het zogemaande GIP-model.
GIP staat voor Groepsgericht Individueel Pedagogisch handelen. GIP geeft kinderen de mogelijkheid zelfstandig aan het werk te gaan. Lopen ze vast, dan weten ze dat de leerkracht regelmatig bij hen langs komt en hen dan met het probleem kan helpen. Tot die tijd gaan kinderen met een ander stukje van hun werk aan de gang. GIP zorgt er ook voor dat kinderen in een groepje bij de instructietafel extra aandacht krijgen omdat bijvoorbeeld die vermenigvuldigingen nog niet zo goed gaan. Zo biedt GIP ruimte aan de groep, de individuele leerling en de leerkracht.

Meer weten? In het schoolplan staat nog uitgebreider omschreven wat de onderwijskundige lijn in onze school is. Voor ouders is het uiteraard mogelijk dit plan in te zien. Als u dat wilt, vraag er dan even om.


Hoofdstuk 5: HET KLIMAAT OP SCHOOL

De sfeer op school wordt bepaald door een aantal factoren: hoe we met elkaar omgaan, het gebouw en de inrichting, de omgeving, enz. Met plezier naar school gaan is mede een voorwaarde voor goed presteren.
Wil een kind zich op school veilig voelen dan zullen er afspraken moeten zijn over bijvoorbeeld PESTEN. Pesten kan op iedere school voorkomen, ook op de onze. Uitbannen is nooit helemaal mogelijk, er iets aan doen wel: Samen met de kinderen zijn 12 regels opgesteld. Deze twaalf regels worden in alle groepen besproken en de kinderen ondertekenen deze regels. Door het ondertekenen van dit protocol kunnen we de kinderen (en de kinderen elkaar) aanspreken op die gemaakte afspraken. Zo'n protocol zorgt er niet voor dat pesten tot het verleden hoort, maar wel geeft het 'handen en voeten' aan het geheel en helpt een handje inde goede richting. De twaalf regels zijn:

  1. Eerst zelf een ruzie uitpraten, helpt dat niet, haal dan de leerkracht erbij
  2. Doe elkaar geen pijn, blijf van elkaar af
  3. Blijf van elkaars spullen af
  4. Elkaar niet uitlachen of belachelijk maken
  5. Niet afpakken, maar samen delen
  6. Op je beurt wachten
  7. Let op je eigen gedrag, niet op dat van anderen
  8. Geef elkaar leef- en speelruimte
  9. Niemand buitensluiten
  10. Niet met z'n allen tegen één
  11. Niet de baas spelen over anderen
  12. Maak afspraken bij het spel en houd je daaraan

Kanjertraining
Zelfbewust zijn, zelfredzaam zijn en weten welke rol ieder zo af en toe speelt, dat zijn onderdelen van de kanjertraining. Begrijpen waarom iemand zich op een bepaalde manier gedraagt en misschien daar ook wat aan veranderen.
Hiervoor heeft het schoolteam een training gevolgd, die ook voor de kinderen vertaald is in verschillende lessen.
Wekelijks wordt er aandacht aan besteed in elke klas, o.a. met behulp van gekleurde petjes. Die petjes verbeelden een rolpatroon. Een patroon dat wellicht doorbroken kan worden.
Daarnaast zijn er ook de oefeningen die we met de kinderen doen om het onderling vertrouwen te bevorderen. Elkaar kunnen vertrouwen is het belangrijkste doel van deze lessen.
Of het ook helpt in het bestrijden van pestgedrag? Wij denken van wel!

Bij een veilig schoolklimaat horen ook afspraken over het voorkomen van ongewenste intimiteiten. Afspraken hoe je als volwassene met kinderen omgaat en ook afspraken voor kinderen onderling. Voor een deel geven de 12 bovengenoemde regels houvast, daarnaast vraagt dit aspect voortdurende aandacht. Het op papier hebben van een "regeling ter voorkoming van ongewenste intimiteiten" is weliswaar een goede zaak, maar hopelijk zal het hier om een regeling gaan die nooit ter hand hoeft te worden genomen.
Toch is het goed voor u te weten waar u terecht kunt in onverhoopte voorkomende gevallen: Als u een klacht hebt die u niet met de betreffende leerkracht kunt of wilt bespreken, dan kunt u altijd bij de directie terecht. Of bij de vertrouwenspersoon of (nog een stap verder) bij de vertrouwensarts. Achterin deze schoolgids vindt u de adressen.

Een "veilige" school" heeft ook heel praktische aspecten: de schoolroute voor uw kind is daar een voorbeeld van, maar ook het vluchtplan dat op school is uitgewerkt voor noodsituaties. Verder is nodig dat de begeleiding van kinderen buiten school goed geregeld is. Het schoolreisje is wel het bekendste voorbeeld, maar ook een bezoek aan het zwembad of de bibliotheek. Vaak worden ouders gevraagd om bij die begeleiding te helpen.

Bij de SCHOOLGIDS behoort ook een klachtenregeling. Dat klinkt nogal zwaar en als er sprake is van een klacht, dan kan dat ook erg zwaarwegend zijn. Voor de klager (u, als ouders bijvoorbeeld), of voor de beklaagde (de school).
Toch moet u onder een klacht meer verstaan dan alleen een diepgaand geschil.
Misschien bent u het ergens niet mee eens, of u bent niet tevreden over de gang van zaken op school. Dat hoeft niet zwaarwegend te zijn, maar het is altijd een reden om er over te komen praten. Wellicht worden we het niet eens, dat zij zo, maar dan is in ieder geval duidelijk hoe beiden over het probleem denken.
Misschien ook zijn we het snel eens; u, of wij, hadden er zó nog niet tegen aan gekeken. Dat kan natuurlijk. Duidelijkheid naar elkaar toe is in ieder geval nodig.
Als u vindt dat uw opmerking (uw "klacht") niet serieus behandeld is, dan kunt u naar de klachtencommissie gaan en uw klacht daar voor leggen. De spelregels van die commissie nemen we hier niet op, ze zijn op school voorhanden en u kunt daar natuurlijk naar vragen.
De school is aangesloten bij de "Klachtenregeling onderwijs Westfriesland". Binnen deze regionale klachtencommissie zijn vertrouwenspersonen benoemd die een taak hebben bij het zoeken naar een oplossing als die binnen de school niet gevonden kan worden.
Gegevens hierover vindt u achterin deze schoolgids.

Maar eerst even een paar logische afspraken:

  • Als u het ergens niet mee eens bent, dan komt u gewoon even langs om dat kenbaar te maken. Allereerst gaat u dan naar de betreffende leerkracht. Als dat bezwaarlijk is, dan kunt u naar de directie gaan met uw klacht.
  • De leerkracht of de directie zal dan in overleg met u proberen iets met uw opmerkingen te doen. Lukt dat tot beider tevredenheid, dan is het probleem de wereld uit. En nogmaals: soms is uitleg aan elkaar al genoeg.
  • Komt u er op deze manier niet uit, dan kunt u naar een bestuurslid gaan met uw probleem.
  • Bent u daarna nog steeds van mening dat uw klacht niet goed behandeld is, dan is de klachtenregeling de volgende stap.

Klachten hebben de vervelende eigenschap steeds groter te worden. Vooral als men er niets mee doet. Soms gaan ze een eigen leven leiden... Dat willen we nu juist voorkomen.
Bent u tevreden? Zeg het anderen. Hebt u een klacht? Zeg het ons!


Hoofdstuk 6: DE ORGANISATIE VAN HET ONDERWIJS

Wie bestuurt de school eigenlijk?
Kopwerk…
steeds op zoek naar
verbinding
van droom naar
werkelijkheid


Stichting Kopwerk
De school is onderdeel van Stichting Kopwerk
Kopwerk heet voluit: "Stichting voor protestants-christelijk primair onderwijs in Noordelijk Noord-Holland.

Kopwerk van kust tot kust
De afgelopen jaren stond het onderwijs in het teken van bestuurlijke schaalvergroting. Kopwerk is hiervan een succesvol voorbeeld. In 2001 besloten vijf verenigingen voor prot. chr. onderwijs in de Noordkop samen te gaan. Twee jaar later sloten 'De Kring' met vijf scholen op Wieringen en in de Wieringermeer en 'Meander' met vier scholen in West Friesland zich aan. Nog een jaar later sloot de 'VPCO Enkhuizen' zich als laatste aan met 2 scholen in Enkhuizen. Door deze schaalvergroting kan Kopwerk een betere uitgangspositie creëren voor het christelijk onderwijs in ons deel van Noord Holland.

Stichting Kopwerk stuurt op dit moment in Noordelijk Noord-Holland (de Kop van Noord-Holland en West-Friesland), 24 protestants christelijke basisscholen aan.
Ruim 350 medewerkers zorgen dat bijna 4000 kinderen iedere dag kunnen leren en zich ontwikkelen. Onze scholen zijn toegankelijk voor alle leerlingen ongeacht nationaliteit, godsdienst of levensbeschouwing, waarvan de ouders zich kunnen vinden in ons concept en die onze grondslag respecteren.

De scholen krijgen voldoende ruimte en bewegingsvrijheid die nodig is nodig om iedere school een eigen kleur te laten uitstralen die past bij de kinderen, de wijk en het team. Daarnaast werken Kopwerkscholen onderling intensief samen om de kwaliteit van het leren en opvoeden zo goed mogelijk vorm te geven.

Onder het motto "lokaal wat kan en centraal wat wint" wil Kopwerk groot zijn in kleinschaligheid.

De Kopwerk Organisatie
Iedere organisatie heeft een structuur. Een model waarin de organisatie wordt weergegeven en de afhankelijkheden zijn vastgelegd.
Kopwerk heeft vanaf 1 augustus 2006 een nieuw bestuursmodel, met een College van Bestuur en een Raad van Toezicht. In dit model wordt de aansturing en het toezicht formeel gescheiden. Het College van Bestuur is het bevoegde gezag (stuurt aan en stelt vast) en legt verantwoording af aan de Raad van Toezicht (keurt goed en houdt toezicht).

De Raad van Toezicht kent vijf leden met voldoende spreiding van kennis en ervaring op juridisch, financieel-economisch, sociaal-maatschappelijk, levensbeschouwelijk en onderwijskundig gebied. De Raad zal operationeel zijn uiterlijk 1 januari 2007.

Het professionele College van Bestuur bestaat uit twee leden, en samen met de secretaris van het College van Bestuur vormen zij het managementteam van Kopwerk.

Naast het CvB functioneert het Stafbureau.
Het bureau ondersteunt het College van Bestuur, de scholen, het centrale directeuren overleg (CDO) en alle geledingen binnen Kopwerk. In het stafbureau zijn alle kwaliteiten, die noodzakelijk zijn om mede kwalitatief goed onderwijs te waarborgen, vertegenwoordigd; een algemene beleidsmedewerker, een huisvestingsmedewerker, een interim schooldirecteur/coach en secretariële/administratieve ondersteuning.

Iedere school heeft een directeur die integraal verantwoordelijk is voor het beleid en de dagelijkse gang van zaken op school. Een directeur heeft de bevoegdheden om binnen de afgesproken kaders besluiten te nemen op personeel, onderwijsinhoudelijk, financieel en organisatorisch gebied. De directeuren participeren in het centrale directieoverleg (CDO).
Dit overleg speelt een belangrijke rol bij de beleidsvoorbereiding binnen de stichting.

Medezeggenschap

Elke school heeft een medezeggenschapsraad (MR) waarin zowel personeelsleden als ouders vertegenwoordigd zijn.
De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR) is het bovenschoolse medezeggenschapsorgaan van Kopwerk. Een vertegenwoordiging vanuit de verschillende MR-en hebben hierin zitting.

Uitvoerige informatie over de Kopwerk - scholengroep kunt u vinden op de website www.kopwerk.nl. De algemene directie en het secretariaat is gevestigd:
Stichting Kopwerk
Drs. F. Bijlweg 5
1784 MC Den Helder
tel: 0223-672155

De algemene directie wordt gevoerd door:
Jan Bot en John Deckers.

Ouders

Binnen de schoolorganisatie functioneert een Medezeggenschaps Raad. Daarin zijn zowel ouders, als personeel vertegenwoordigd. Deze MR, zoals we die kortweg noemen, controleert het bestuursbeleid en geeft adviezen op allerlei gebied.

Er zijn twee Ouderraden, voor beide locaties één. De ouders die in deze raad zitten, zijn behulpzaam bij velerlei activiteiten. Denkt u maar aan Sinterklaas, Kerst, schoolreisjes enz. enz. In tegenstelling tot de MR is men hier dus meer met praktische dingen bezig.

Personeel

De directie van de school heeft als taak te zorgen dat de school dagelijks "draait". Verder verzorgt zij de contacten naar buiten en is in opdracht van het bestuur veel bezig met het voorbereiden van het beleid van de school.
De groepsleerkracht werkt elke dag met uw kind in de klas. Met hem of haar zult u dus ook het meest contact hebben. Informatie over het wel en wee van uw kind, over de leerprestaties en alles daar omheen, kunt u het best in eerste instantie bij de groepsleerkracht inwinnen.
Ook informatie van uw kant, over ziekte of omstandigheden binnen het gezin die van invloed zijn op uw kind, kunt u het best daar kwijt.
Bij deeltijdfuncties geldt dat u bij beide leerkrachten terecht kunt. Zij zorgen zelf voor de informatie naar de betreffende collega.
U kunt er van op aan dat uw informatie vertrouwelijk wordt behandeld.
In enkele gevallen krijgt uw kind ook te maken met een vakleerkracht. Op De Voorhof is dat het geval voor gymnastiek vanaf groep 5 en op De Veste voor muziek. Deze collega's zijn niet de hele week aanwezig, contact of informatie kan dan veelal via de groepsleerkracht verzorgd worden. Over de Interne Begeleider is in een voorgaand gedeelte al gesproken. In het algemeen komt deze collega in beeld als uw kind extra hulp nodig heeft. In dat geval zult u ook door de Intern Begeleider worden geïnformeerd, meestal samen met de groepsleerkracht.

Bij afwezigheid (ziekte of atv) van één van bovengenoemde personeelsleden krijgt uw kind te maken met een "invaller/-ster". Gelukkig kunnen wij een beroep doen op een aantal vaste mensen, die goed zijn ingevoerd in onze school en daarom zonder veel problemen de lessen kunnen overnemen. Toch blijft invallen een zware taak; ieder kind kijkt uit naar de dag dat de eigen juf of meester er weer is. U kunt ons en ook uw kind het best helpen door zo positief mogelijk in te spelen op deze periodes van vervanging. Samen moeten we proberen het lesprogramma zo goed mogelijk te vervolgen.
In het onverhoopte geval dat geen vervanging beschikbaar is, worden de kinderen in ieder geval de eerste dag opgevangen op school. Is er daarna nog geen vervanging mogelijk, dan wordt een "noodrooster" gemaakt. De ouders krijgen daarvan schriftelijk bericht.

's Middags en 's avonds wordt er op school schoongemaakt. Deze conciërges doen erg hun best om ons een beetje op te voeden. Vaak lijkt het een ondankbare taak, maar u kunt er van overtuigd zijn dat we zonder zo iemand al snel zouden vervuilen!
Bovendien is een gezellige school niet hetzelfde als een rommelige school. Dagelijks moet er samen met de kinderen op toegezien worden dat er wordt opgeruimd. Daar zit ook een aspect van veiligheid aan! Soms valt dat niet mee, maar toch...

Tussen al deze mensen door probeert ook een stagiaire zich staande te houden. O.a. leerlingen van de IPABO en het Horizoncollege lopen geregeld stage op onze school.

Leerlingen

Eigenlijk de belangrijkste groep mensen in de school. Uiteindelijk is het om hen allemaal begonnen.
De kinderen zijn verdeeld over 15 groepen. Op De Voorhof zijn er 11 groepen en op De Veste zijn dat er 4; in gecombineerde klassen wordt op de Veste zo toch het volledige basisschoolpakket geboden.
De groepsindeling is vanaf groep 3 gebaseerd op jaarklassen. Daarmee bedoelen we dat de kinderen samen met leeftijdsgenoten in de klas zitten. Zo bereiken we dat de belangstellingssfeer ongeveer gelijk loopt binnen een klas en ook het niveau van de kinderen ligt in ieder geval bij elkaar in de buurt. Om met verschillen tussen kinderen rekening te houden, is het mogelijk dat een kind binnen de klas afwijkt van het gemiddelde lesprogramma. Soms doordat ze wat extra lesstof aankunnen, soms doordat ze wat minder doen omdat het anders te veel wordt. Zo'n verschil kan alleen het tempo van werken betreffen, het kan ook gaan om verschil in inzicht. Ook komt het voor dat een kind voor één vakgebied, bijvoorbeeld rekenen op een niveau werkt dat sterk afwijkt van wat de rest van de groep doet. Dan kan worden aangesloten bij een andere groep. Zo is zitten blijven niet nodig, maar wordt voor rekenen de eigen groep verlaten om de rekenles bij een andere groep te volgen. Voor de andere vakken blijft het kind dus gewoon met de klasgenoten meedoen.
In de klas zitten de kinderen niet meer zoals vroeger, apart achter elkaar. Meestal worden ze in groepjes in de klas verdeeld. Deze tafelgroep is vaak op elkaar aangewezen bij samenwerking. De leerkracht houdt in de gaten of het een beetje "klikt" binnen die groep. Dat is voor de juf of meester natuurlijk ook plezieriger dan voortdurende kleine ruzies, die bezworen moeten worden. De samenstelling van de groepjes wordt een paar keer per schooljaar gewijzigd.
De meeste lessen in de groep kennen een gezamenlijke start, daarna is al snel sprake van differentiatie. De nodige uitleg om aan de oefening te kunnen beginnen is aanvankelijk voor de meeste kinderen hetzelfde. Bij de verwerking van de lesstof echter is het heel gewoon dat niet iedere leerling hetzelfde doet. Sommige kinderen kunnen meer aan en dat krijgen ze dan ook aangeboden. Verdieping van de leerstof is dan nuttig, meer nog dan extra oefeningen, want die hebben deze kinderen meestal niet nodig. Voor anderen geldt dat het programma in de verwerking wat beperkt wordt. Omdat het tempo gewoon lager ligt, of omdat de oefenstof die meer inzicht vraagt wat te hoog gegrepen is. Soms is extra oefening nodig om de lesstof onder de knie te krijgen.

De basisstof is voor ieder gelijk, in de verwerking treden vaak verschillen op, afhankelijk van de mogelijkheden van het kind.

Werkverdeling

Het werk in de groepen verloopt volgens een vast patroon. In het activiteitenplan is de verdeling van de leerstofgebieden over de week vastgelegd. Aan de ene kant is dat nodig omdat we ook samen met andere scholen gebruik maken van bijvoorbeeld de gymzaal. Aan de andere kant kunnen we zo ook in de gaten houden dat alles in voldoende mate aan bod komt. Het is zelfs mogelijk zo te berekenen hoeveel tijd er in de acht jaar onderwijs besteed wordt aan bijvoorbeeld taal, rekenen of gymnastiek.
De schooltijden vindt u onder punt 10 van deze SCHOOLGIDS.

Binnen deze schooluren worden alle lessen gegeven en moet het mogelijk zijn het lesprogramma van de basisschool te verwezenlijken. Soms wordt er een beroep gedaan op huiswerk, bijvoorbeeld om een duwtje in de rug te krijgen als het even niet lukt. Als zo'n drempel genomen is, wordt huiswerk verder overbodig. Sommige kinderen vinden het plezierig om het woordpakket voor spelling thuis extra te oefenen, dat kan, als u daar achter kunt staan. Vanaf groep 5 en 6 is huiswerk een wat bekender verschijnsel.
In groep 8 willen we de kinderen al wat laten wennen aan de regelmaat in het huiswerk van het voortgezet onderwijs: wekelijks een beetje, vooral om te leren er rekening mee te houden tussen al hun andere activiteiten door.
Een beetje hulp van uw kant kan bij huiswerk geen kwaad, maar uiteindelijk is het de bedoeling dat de kinderen het zelf regelen.

Andere instanties die bij het onderwijs betrokken worden

In Enkhuizen is sinds enkele jaren de Stichting Cultuur en Basisschool actief. Jaarlijks wordt voor elke leeftijdsgroep een culturele voorstelling georganiseerd, soms in school, soms daarbuiten. Kosten zijn daar voor u niet aan verbonden.
De Openbare Bibliotheek wordt vaak door ons ingeschakeld. Boeken voor projecten worden er geleend; een schrijversproject voor de scholen, een excursie, het is allemaal geregeld aan de orde. Door de Stichting IVN (Verenging voor Natuur en Milieu-educatie in Westfriesland) wordt aan de school lesmateriaal beschikbaar gesteld om het natuurkunde-onderwijs te ondersteunen. Ook excursies vinden geregeld plaats. Hetzelfde geldt voor het NMEcentrum de Witte Schuur. Met de protestantse kerken in de stad werken wij samen in het godsdienstonderwijs. Zowel in de school, als in de kerk wordt hetzelfde thema behandeld. Ook wordt een keer per jaar door een deel van onze leerlingen aan een kerkdienst meegewerkt.

Overblijven

Tussen de middag is er op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag de mogelijkheid overblijven. Onder leiding van enkele "overblijfmoeders" kunnen de kinderen dan hun zelf meegebrachte boterhammen en drinken nuttigen. Verder worden er spelletjes gedaan, soms ook op het plein, totdat de groepsleerkracht het toezicht weer kan overnemen.
Voor het overblijven betaalt u een kleine bijdrage.

Wij hebben met twee instanties voor BuitenSchoolse Opvang een convenant gesloten: "Kiddy World", dat voornamelijk in de binnenstad opereert en "Berend Botje", de instantie die we vooral in de buitenwijken tegenkomen. Berend Botje verzorgt ook de voor- en naschoolse opvang o.a. in een ruimte van de Voorhof.
Alle informatie over deze vorm van opvang is op school voorhanden.

Buitenschoolse activiteiten

Naast de lessen in de school worden er af en toe excursies georganiseerd, bijvoorbeeld in het kader van een project. Een bezoek aan het postkantoor of de bakker illustreert vaak beter dan een heel verhaal voor de klas.
Ook schoolreisjes zijn jaarlijks aan de orde. Het ene jaar gaan we met de bus er op uit, het andere jaar blijven we in de buurt en wordt er iets door de leerkrachten georganiseerd, in samenwerking met de Ouderraad. De kosten voor het schoolreisje zijn voor rekening van de ouders.
In Enkhuizen worden door het jaar heen ook vele sportactiviteiten voor schoolkinderen georganiseerd. Met de sportverenigingen en met de andere scholen wordt daarvoor een jaarrooster opgezet, zodat we van tevoren weten waar we aan toe zijn. Doel is de kinderen te laten kennismaken met vele vormen van vrijetijdsbesteding. Natuurlijk speelt ook de onderlinge rivaliteit een rol, maar voor ons is dat niet het belangrijkst.
Via de Nieuwsbrief weet u steeds wanneer en voor wie er iets wordt georganiseerd en ook hoe de kinderen zich kunnen aanmelden.

Verzekering

Tijdens alle activiteiten die (mede) door de school worden georganiseerd, dus ook buiten het schoolgebouw en buiten de lestijden, zijn kinderen en begeleidende ouders verzekerd voor ongevallen. Wel is het zo dat eerst uw eigen ziektekostenverzekering voor gaat. Maar als die niet betaalt, of als bijvoorbeeld kosten voor het gebit niet zijn meeverzekerd, kunt u proberen via deze schoolverzekering een vergoeding te krijgen. Brillen zijn echter uitgezonderd.

Een verzekering voor Wettelijke Aansprakelijkheid (WA) is welhaast een must voor ieder gezin. hopelijk hebt u die niet te vaak nodig.

Vakanties
Waarschijnlijk zijn de vakanties voor de kinderen (en voor de leerkrachten?) de plezierigste weken van het schooljaar. Om tot een planning te komen, moeten we rekening houden met de vakantiespreiding die de overheid voorschrijft. Verder zijn er afspraken met de ons omringende scholen. In Enkhuizen lopen de vakanties van de scholen voor het overgrote deel gelijk. Slechts op kleinigheden wijken de scholen daarin van elkaar af.

Het vakantierooster wordt jaarlijks vastgesteld, het is daarbij mogelijk ook een jaar vooruit te kijken. In het algemeen mag u niet afwijken van dit vakantierooster. Een vakantie tussendoor kan dus niet zomaar. In voorkomende gevallen is dus overleg met de schoolleiding nodig om te bezien of van een uitzondering sprake kan zijn. De regelgeving omtrent de leerplicht kunt u op school inzien, of in kopie meekrijgen.

Hoofdluis
Gelukkig komt het niet veelvuldig en op grote schaal voor, maar er is toch reden om regelmatig alle kinderen na te kijken op hoofdluis. Al was het alleen maar om te voorkomen dat zich een explosie voordoet. Voor die controle zijn afspraken gemaakt en die kunt u eventueel op schol inzien.

Leerplicht

In ons land zijn kinderen vanaf hun vijfde verjaardag leerplichtig. Dan moeten ze dus naar school! Vanaf de vierde verjaardag zijn kleuters welkom op de basisschool. Verderop vindt u de procedure voor het inschrijven op onze school.
Achterin de Schoolgids is een samenvatting van informatie van de leerplichtambtenaar als bijlage opgenomen.

Niet naar school?

Uw kind kan natuurlijk eens ziek zijn, of naar de dokter moeten, of naar een familiefeest. Meldt u dat dan even voor schooltijd! Dat is echt van belang. Doet u dat niet en er gebeurt onderweg iets, dan denkt u dat hij of zij veilig op school is en wij weten ook niet wat er aan de hand is. Wij proberen zelf ook zo snel mogelijk te bellen als een kind zonder bericht afwezig is.
Bij ongeoorloofd verzuim is de schoolleiding verplicht de leerplichtambtenaar te informeren. Slechts in uitzonderlijke gevallen kan van het geplande vakantierooster worden afgeweken.
Hoewel spijbelen op onze school eigenlijk niet voorkomt, is dit ook een aspect dat bewaakt moet worden. In voorkomend geval zal de leerplichtambtenaar actie ondernemen en daarbij ook onderzoeken wat de oorzaak is, zowel binnen de school als binnen de thuissituatie.

Contact school - thuis

Er is op veel momenten contact tussen u en de school mogelijk. Allereerst is dat het dagelijks contact voor- of na schooltijd, bijvoorbeeld als u uw kind naar school brengt of ophaalt. Dat is hèt moment om even iets door te geven, over een slechte nachtrust van uw kind, of over dingen die uw kind bezighouden.
Voor diepgaander gesprekken is zo'n moment natuurlijk niet geschikt. Dan kunt u beter een afspraak maken met de leerkracht, thuis of op school kan er dan rustiger worden gesproken, omdat er de tijd voor is.
Elke veertien dagen verschijnt er een Nieuwsbrief. Daarin staan allerlei wetenswaardigheden zoals activiteiten die naast het gewone lesprogramma plaatsvinden. Ook de uitnodigingen voor een ouder-avond, welk sporttoernooi aanstaande is enz. enz. komen in de Nieuwsbrief aan de orde. Vaak ook wordt daarin gevraagd naar behulpzame ouders voor begeleiding of ondersteuning in de les. Ouders kunnen eventueel deze Nieuwsbrief ook per e-mail ontvangen. Daar gaat eigenlijk onze voorkeur naar uit. Ook op onze website is de Nieuwsbrief te vinden. Daar staat trouwens nog veel meer wetenswaardigs over onze school!
Ouderhulp op onze school is er bijvoorbeeld bij het lezen. Voor kinderen bij wie de ontwikkeling van het lezen wat sneller zou kunnen, is er dagelijks hulp voor extra oefening. Ook bieden ouders hulp bij de computerles en bij spelletjes in de kleutergroepen en bij de gang naar het zwembad.
Incidenteel vragen wij dan nog om hulp bij buitenschoolse activiteiten en bij de creatieve middagen, als kinderen in kleine groepjes bezig zijn met een zelfgekozen creatieve werkvorm.

In het geval dat sprake is van een éénoudergezin door een scheiding willen wij graag afspraken maken over de contacten met beide ouders. Er is een protocol opgesteld dat de gang van zaken omschrijft. U kunt daar naar vragen op school.

Geregeld zijn er op school spreekavonden, georganiseerd via een invulstrookje op de Nieuwsbrief. Het kan zijn dat het rapport aanleiding is voor overleg, of de afgenomen toetsen van het leerlingvolgsysteem.
Even rustig thuis met u overleggen kan ook nuttig zijn en dus zijn er ook huisbezoeken van de leerkrachten, soms bij problemen, maar zeker ook om elkaar beter te leren kennen.

Ouders kunnen ook invloed hebben op de gang van zaken op school. In de ouderraad zijn ouders behulpzaam bij de organisatie van festiviteiten zoals Sinterklaas, Kerst of Pasen.

Meebeslissen kan ook, in de medezeggenschapsraad. Daarin zitten enkele ouders die namens u met het bestuur meedenken over allerlei schoolzaken. Zo kan worden gezorgd dat de belangen van ouders niet uit het oog verloren worden. Het bestuur is verplicht over veel zaken advies te vragen aan de MR en er zijn onderwerpen waarin het bestuur alleen kan besluiten met instemming van de MR.
Gelukkig gaat dit overigens in een goede onderlinge sfeer.
Binnen de MR zijn er twee geledingen: vertegenwoordigers van de ouders en van het personeel en samen buigt men zich over het besteden van het budget, de organisatie van het onderwijs enz. Elke geleding heeft instemmingsrecht bij zaken die voor hen van wezenlijk belang zijn. Voor ouders en personeel betreft dat bijvoorbeeld de samenstelling van het schoolplan, waarin de onderwijskundige basis van de school verwoord wordt.
In andere zaken geeft de MR advies, bijvoorbeeld over samenwerking met andere scholen.

De Schoolraad is samengesteld uit ouders van beide locaties. Het doel is hier gevraagd en ongevraagd advies geven aan de schoolleiding en een spiegelfunctie vervullen waar het beleid betreft dat ouders raakt. Dat zoiets heel breed kan zijn, spreekt voor zich.
Bovendien beheert de Schoolraad het nagelaten kapitaal van de VPCO.

Al deze vormen van overleg en contact maken de betrokkenheid van de ouders op de school erg groot. En zo hoort het ook, het gaat om uw kind!

Er zijn veel vormen van contact tussen school en ouders en dat niet alleen als er problemen zijn. Contacten kunnen juist problemen voorkomen.

Wat kost het?

In ons land zijn basisschoolleerlingen leerplichtig, er hoeft dan ook geen schoolgeld betaald te worden. Wel vragen wij van de ouders een vrijwillige ouderbijdrage. Deze bedraagt € 20 per kind per jaar.
Van dat geld kunnen we dingen doen die niet door de overheid worden vergoed, zoals een Sinterklaascadeautje in de onderbouw, een traktatie enz. Allemaal zaken die het schoolleven plezieriger kunnen maken, maar die puur voor het lesgeven niet echt noodzakelijk zijn. Vandaar dat het ook niet door het Ministerie wordt bekostigd.
De boekhouding van deze gelden wordt elk jaar gecontroleerd door bestuur, ouderraad en MR. De ouderbijdrage is niet van invloed op het al dan niet toelaten van uw kind op onze school.

Voor het schoolreisje betalen de ouders apart. Een reisje met de bus is betrekkelijk prijzig, de kosten gaan al gauw in de richting van € 25.
De kinderen van De Voorhof gaan met de bus naar het zwembad. Samen met de school Het Driespan maken wij van die bus gebruik.
Dat kost € 34,00 per kind per jaar. Mocht er van u een derde kind meegaan, dan is dat gratis.

Tot slot: elk jaar sparen wij op onze school voor een speciaal doel op het gebied van Zending en Ontwikkelingssamenwerking. Dat project wordt steeds voor een jaar gekozen en de vorm kan iedere keer anders zijn.
In een vorig schooljaar spaarden we bijvoorbeeld voor de "rugzakschool", een vorm van onderwijs aan nomaden in Ethiopië, waar men onder heel wat minder goede omstandigheden dan wij gewend zijn, probeert les te geven.
Daarnaast is er een "Foster Parents kind" waarvoor wij elke maand de bijdrage overmaken. We hopen dat de kinderen zich zo bewust worden dat er om ons heen veel leeftijdsgenootjes zijn die het beduidend minder goed hebben dan wij hier.

Dagelijks naar school

Zeker in het begin van de schoolloopbaan zult u uw kind graag komen brengen en halen. Dat betekent voor de omgeving van de school vier maal daags een verkeerspiek. Om dat allemaal wat soepel te laten lopen, zijn er enkele afspraken en verzoeken:
*het liefst zien wij zo veel mogelijk ouders lopend of met de fiets komen
*als u de auto moet gebruiken, wilt u dan meedoen met de vrijwillig afgesproken eenrichtings-verkeer. Voor de Voorhof betekent dat komen via de Laars en weggaan via de Toereppel. Bovendien willen we graag dat u gebruik maakt van de parkeerruimte die er rond de school is: bijvoorbeeld achter de Tip op het parkeerterreintje of tegenover de school op het parkeerterreintje achter de woningen. Bij voorkeur niet bij de buren op de stoep! Voor de Veste is dat eenrichtingsverkeer: komen via het Spaans Leger en weggaan via de P.Potterstraat. Parkeren bij de school is haast onmogelijk. Alleen het terrein bij AH biedt echt ruimte, maar dat is 2 minuten lopen…
*bij de Voorhof is een Kiss and ride strook. Daar kunt u uw kind laten uitstappen; parkeren mag op die strook niet! Voor kleuters staan enkele leerlingen uit groep 8 klaar om ze bij de juf te brengen. Dat is even wennen misschien, maar het werkt prima.

Sponsoring

Binnen onze school komen geen vormen van sponsoring voor. Leermiddelen worden betaald uit de vergoedingen die de overheid geeft. Van reclame door bedrijven zal dan ook nauwelijks sprake zijn. Uitzondering vormt het bevorderen van het lezen als vorm van vrijetijdsbesteding. Omdat wij lezen erg belangrijk vinden, wordt eenmalig per schooljaar de gelegenheid geboden via de school een abonnement te nemen op een jeugdblad of boekenserie. Voor de school staat daar eigenlijk niets tegenover, van sponsoring in de zin van het woord is dus ook geen sprake.
Mocht in dit opzicht verandering optreden, dan zal het in overleg met de overheid opgestelde convenant worden gehanteerd in de te maken afspraken.


Hoofdstuk 7: GANG VAN ZAKEN ALS U OVERWEEGT OM UW KIND OP ONZE SCHOOL IN TE SCHRIJVEN

Aannemend dat u door deze SCHOOLGIDS op te vragen serieus overweegt uw kind op De Voorhof of De Veste in te schrijven, wat is dan de gang van zaken?

Wat verwacht u van ons en denken wij aan uw verwachtingen te kunnen voldoen?

1. Wij willen graag persoonlijk met u kennismaken. Dan kunt u aanvullend op wat u al weet, worden geïnformeerd en wij op onze beurt, kunnen toelichting geven waar dat nodig is.
Daarom willen wij graag een afspraak met u maken voor een informatiegesprek ("het infootje" noemen wij dat). Afhankelijk van uw mogelijkheden maken wij die afspraak liefst overdag, tijdens de schooluren. Dan zijn wij er toch, maar belangrijker: onze leerlingen zijn er ook, de school is in bedrijf en dan kunt u zelf zien hoe dat is. Als u overdag niet kunt, een afspraak 's avonds kan ook.
Tijdens ons gesprek kunt u uw kind gewoon meebrengen, het gaat toch om dat kind?

2. U wordt ontvangen door een lid van de schooldirectie en behalve het informerend gesprek, wordt u in de school rondgeleid. We gaan niet al die klassen in, dat zou u misschien wel leuk vinden en als u de enige zou zijn, vormt dat ook niet zo'n probleem. Maar (gelukkig !) u bent niet de enige die in de school wordt rondgeleid en dan geven die bezoekjes in de klas zelf te veel storing. Vanuit de gang is overigens voldoende zicht op het gebeuren in de klas.

3. Na het gesprek krijgt u nog wat informatie mee als u dat wilt. Ook kunt u een inschrijfformulier meenemen. Of, als u er eerst nog over wilt denken, kunt u afspreken dat het formulier later wel komt, na uw besluitvorming.

4. Wij stellen het erg op prijs als u ons meedeelt wat uw besluit is, ook als u toch maar naar een collega-school gaat. Even goede vrienden, al vinden wij dat natuurlijk wel jammer.

5. Kleuters zijn als leerling welkom vanaf hun vierde verjaardag. Maar voor die tijd mag uw kind 5 dagdelen "op visite" komen. In overleg met de juf (we willen liever niet twee kleuters tegelijk die voor het eerst op school zijn) wordt de eerste datum afgesproken, ongeveer een maand voor de verjaardag. U kunt zelf besluiten of uw kleuter op de verjaardag zelf of de dag erna "echt naar school gaat" en of u wilt dat er meteen ook "gevierd" moet worden. Niet elke kleuter wil meteen zo in het centrum van de belangstelling staan door op een versierde stoel, met een feesthoed op te worden toegezongen. Laat staan ook nog de klassen rondgaan om al die andere juffen en meesters een hand te geven. Hoewel... een plaatje krijgen is wel leuk! U moet zelf maar zien.

6. Die eerste periode wil het nog wel eens gebeuren dat uw kind echt "af" is na een halve schooldag. Het went wel. Maar een keertje thuis blijven om wat uit te rusten mag ook (sommigen vallen spontaan in slaap, terwijl het middagslaapje al lang achter de rug was). Wel even melden natuurlijk!

7. En dan begint het schoolleven dus echt. Compleet met kerndoelen, leerlingvolgsysteem, spreekavonden enz. enz. U hebt daar inmiddels al heel wat over gelezen. Nu de praktijk nog.

8. Als u een school zoekt omdat u naar Enkhuizen gaat verhuizen, verloopt het bovenstaande bijna gelijk. Alleen dat van die kinderen die nog wel een keertje mogen uitslapen, dat dus niet! Bovendien willen we graag wat informatie van de school die uw kind eerder bezocht. Als u dat goedvindt natuurlijk...
Hoe verliep het leerproces? Welke leerboeken werden gebruikt en hoe ver is uw kind daarin gekomen? Zijn er bijzonderheden die wij echt moeten weten?

9. Als u binnen Enkhuizen verhuist, of u wilt een andere school voor uw kind om voor u belangrijke redenen, dan is het goed te weten dat daar tussen de scholen onderling afspraken over zijn gemaakt. Allereerst: Uw kind is in principe even welkom als elk ander kind, maar de gang van zaken willen wij wel graag in alle openheid doorlopen. Meldt u vooraf zelf op de school van uw kind dat u overweegt naar een andere school te gaan. De directies van de Enkhuizer scholen houden zich strikt aan hun afspraken en nemen beslist contact met elkaar op als het gaat om het onderling overnemen van leerlingen! Bovendien: adviezen van de collega-school, van externe deskundigen, of adviezen van de Onderwijs Begeleidings Dienst over uw kind, worden zonder meer overgenomen. Er wordt hooguit om een toelichting bij die deskundige gevraagd.
Ook hier geldt: Wij willen graag van u weten wat u van ons verwacht. Waarom u elders weg gaat is voor ons minder interessant.

Het formele toelatingsbeleid van onze school vindt u achterin als bijlage. Met dit beleid is het mogelijk de toelaatbaarheid van kinderen zo nodig kritisch te beoordelen. In z'n algemeenheid wordt van ouders verwacht dat hun kind op onze school binnen onze schoolbevolking past en meedoet met het complete lesprogramma.
Komen we in overleg tot de conclusie dat onze school niet de juiste plek is voor uw kind, dan willen wij u helpen een andere school te vinden.
Maar misschien is die hulp niet nodig en doet u het gewoon zelf.

Veranderen van school? Goed over nagedacht? Welkom! Laten we het in alle openheid regelen! De goede samenwerking tussen Enkhuizer scholen is dat waard.

En dan begint het...

U vertrouwt een flink deel van het dagelijks leven van uw kind aan ons toe! De hele dag is de juf of meester in de weer met uw kind. We proberen ze van alles te leren, daarover staat hiervoor al veel genoteerd. Naast vaardigheden (lezen, taal, rekenen, expressie enz.) wordt ook aandacht besteed aan omgaan met elkaar. Daar hoort samenwerken bij, maar ook ruzie maken en natuurlijk die ruzie weer bijleggen als het even kan. Liefst door de kinderen zelf.
Behalve met de juf krijgt uw kind te maken met klasgenoten, kinderen uit andere groepen, andere volwassenen.

Kortom: een hele wereld van indrukken die gepland of "toevallig" beslag leggen op uw kind. En dus ook op u, als ouders. Daarom is de keuze van een school zo belangrijk. Past het een beetje bij uw manier van denken? Denkt u zich bij ons thuis te gaan voelen?


Hoofdstuk 8: RESULTATEN VAN HET ONDERWIJS

Nog even op een rijtje gezet: de leerresultaten van de kinderen worden intern in het leerlingvolgsysteem bijgehouden. Daarnaast wordt in de groep door de leerkracht van alles genoteerd. Er zijn toetsen in de rekenmethode die het mogelijk maken vrij snel te overzien waar eventuele problemen liggen. Voor het gebied spelling worden de dictees in overzichten genoteerd. Van elk vakgebied zijn er toetsen. Vroeger noemden we dat gewoon een "repetitie". En natuurlijk heeft elke leerkracht zijn of haar "cijferlijst" in de computerbestanden bij de hand.
Alle verzamelde toetsen van elke leerling worden besproken met de Intern Begeleider en de groeps-leerkracht. Naar aanleiding van die resultaten bepalen zij of extra hulp binnen of buiten de groep nodig is. Binnen de groep probeert de groepsleerkracht zo veel mogelijk de kinderen individueel te begeleiden, maar soms wordt ook hulp geboden buiten de groep (remedial teaching).
Al die leerresultaten krijgen hun weerslag in het rapport dat regelmatig wordt meegegeven. In de vele contactmogelijkheden kunt u geïnformeerd worden over de achtergrond van die zichtbaar gemaakte leerresultaten van uw kind.
Als een leerling op verschillende punten uitvalt kan met behulp van extern advies (van de OBD bijvoorbeeld) worden bezien of doorverwijzing naar een speciale school voor basisonderwijs noodzakelijk is.
Dit gebeurt altijd in nauw overleg met de ouders, die uiteindelijk zelf besluiten wat er gaat gebeuren. Meestal speelt dit zich af in de onderbouwgroepen.

Het doel van al dat leren op school is uiteindelijk uw kind zo ver te brengen dat "er ook uitkomt wat er in zit". Dat verschilt per leerling natuurlijk nogal. Maar daar kunt u ons op aanspreken.
Vergelijken met andere kinderen kan interessant zijn, maar helpt u of uw kind niet echt verder. Het individuele niveau van uw kind bepaalt de verdere leerweg op weg naar een latere beroepskeuze.

Het is eigenlijk niet mogelijk dat u door het rapportcijfer "verrast" wordt. Samen met u willen wij de vorderingen op school steeds volgen.

Ook de schoolkeuze na de basisschool kan geen verrassing zijn, als u steeds op de hoogte bent geweest. Die keuze wordt vooraf gegaan door adviezen, daarover leest u verderop.

In het algemeen gaan de meeste kinderen na de basisschool naar een vorm van voortgezet onderwijs die bij hen blijkt te passen. De resultaten daar worden ook jaarlijks bekeken, enerzijds omdat we het gewoon interessant vinden te zien hoe het onze oud-leerlingen vergaat. Anderzijds is dat voor ons ook een middel om gezien de ervaringen onze adviezen beter te kunnen onderbouwen.

In hoofdstuk 10 van deze SCHOOLGIDS zijn de jaarlijks veranderende gegevens opgenomen. Daar vindt u ook een overzicht van de leerlinggegevens van de afgelopen jaren.


Hoofdstuk 9: NAAR HET VOORTGEZET ONDERWIJS

Het basisonderwijs is geen eindonderwijs. Er volgt nog (veel) meer na de basisschool. Het voorbereiden op de juiste keuze voor vervolgonderwijs is dus ook heel belangrijk. Een keuze die overeenstemt met de mogelijkheden en die een gerede kans van slagen biedt.
Om u bij die keuze te helpen, krijgt u van ons een advies voor een vervolgschool die volgens ons uitzicht op een positief resultaat geeft. Kortgezegd: een haalbare kaart!
Dat advies komt niet zo maar tot stand.
Allereerst is er natuurlijk de hele schoolloopbaan van uw kind. U hebt in die acht jaar geregeld een rapport ontvangen en daarover hebt u vast ook met de groepsleerkracht gesproken. Ook in het Leerling-volgsysteem zijn gegevens over uw kind voorhanden.
Verder wordt er direct in begin groep 8 een test afgenomen door de Onderwijs Begeleidings Dienst. Die test resulteert ook in een advies, dat schriftelijk aan u wordt uitgebracht.

In Westfriesland is gekozen voor de NIO (Nederlandse Intelligentie test voor Onderwijs) en de NPVJ (Nederlandse Persoonlijkheids Vragenlijst Junior). Dat is anders dan veelal elders in het land gebeurt. Het voordeel van deze toets boven de zgn. Cito-toets is o.m. het moment van afname. De Cito-toets wordt afgenomen in februari/maart in groep 8, terwijl toets zoals wij die doen, al in het begin van groep 8 wordt afgenomen. Dat geeft veel meer gelegenheid kinderen nog te helpen bij eventueel minder geslaagde onderdelen van de resultaten. Bovendien zijn wij van mening dat de Cito-toets te eenzijdig kijkt naar de schoolvorderingen, terwijl andere aspecten buiten beschouwing blijven. Denkt u maar aan de motivatie, de interesses van een kind enz. Allemaal zaken die een grote rol kunnen spelen bij de schoolkeuze.

Met deze twee adviezen en met wat u zelf vindt, moet u uiteindelijk kiezen. Waarschijnlijk heeft ook uw zoon of dochter een voorkeur. Wij zijn van mening dat u moet beslissen. Luisteren naar uw kind is natuurlijk prima, maar de verantwoording ligt bij de ouders. Later, als ze wat ouder zijn, ligt dat wellicht wat anders.
Uiteraard geeft het voortgezet onderwijs op velerlei wijze voorlichting. Een goede keus voor vervolg-onderwijs is belangrijk, dus ook in deze periode moet u zich goed laten voorlichten.

Vanuit het voortgezet onderwijs wordt het contact met de basisschool steeds onderhouden. Jaarlijks worden de resultaten van onze oud-leerlingen toegelicht en waar dat echt nodig is geven wij toelichting bij problemen, als die zich de eerste twee jaar in het voortgezet onderwijs voordoen. Daarna zijn ze ons zo ver ontgroeid dat we geen steekhoudende adviezen meer kunnen geven.
Het volgen van de leerlingen op zich vinden wij echter heel interessant, zeker ook als die zelf met hun rapport komen, soms trots, maar soms ook als er wat minder reden voor trots is.

Voor ouders van kinderen in groep 7 wordt jaarlijks een ouderavond gehouden waarin de hele procedure nog eens uiteengezet wordt. Ook de kinderen worden hierover geïnformeerd.

Al met al leert de ervaring dat we er in slagen de kinderen te begeleiden naar een vorm van voortgezet onderwijs die bij hen past, zodat we mogen aannemen dat er uiteindelijk ook een goede kans op een diploma zal zijn.


Hoofdstuk 10: WETENSWAARDIGHEDEN

Leerlinggegevens van de afgelopen drie jaar

Schooljaar aantal leerlingen per 1 oktober een extra jaar kleuter- onderwijs blijven zitten verwezen naar speciaal onderwijs naar voortgezet onderwijs
2006-2007 351 1 5 2 50
2007-2008 346 2 4 3 41
2008-2009 344 7 3 5 44

Voortgezet onderwijs

einde schooljaar RSG Enkhuizen Martinus-college Grootebroek AOC Clusius college Grootebroek / Hoorn Overig
2004-2005 24 14 3 2
2005-2006 25 12 3 0
2006-2007 35 11 0 3
2007-2008 29 11 1 0
2008-2009 34 4 6 0

De schooltijden door de week heen zijn als volgt:
Alle kinderen op onze school hebben dezelfde schooltijden. Op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag gaan de kinderen van 8.30 tot 12.00 uur en van 13.15 tot 15.15 uur naar school. Op woensdag hebben alle kinderen les van 8.30 tot 12.15 uur.

VAKANTIEROOSTER 2010-2011 (VO/VE)

Laatste schooldag voor de vakantie Vakantie Eerste schooldag na de vakantie
Harddraverijweekend Woensdag 15-09-10 16-09-10 t/m 19-09-10 Maandag 20-09-10
Herfstvakantie Vrijdag 22-10-10 23-10-10 t/m 31-10-10 Maandag 01-11-10
Kerstvakantie Vrijdag 17-12-10 18-12-10 t/m 02-01-11 Maandag 03-01-11
Voorjaarsvakantie Vrijdag 17-02-11* 18-02-11 t/m 27-02-11 Maandag 28-02-11
Paasweekend Donderdag 21-04-11 22-04-11 t/m 25-04-11 Dinsdag 26-04-11
Meivakantie Vrijdag 29-04-11 30-04-11 t/m 15-05-11 Maandag 16-05-11
Hemelvaartweekend Woensdag 01-06-11 02-06-11 t/m 05-06-11 Maandag 06-06-11
Pinksterweekend Vrijdag 10-06-11 11-06-11 t/m 13-06-11 Dinsdag 14-06-11
Zomervakantie Vrijdag 22-07-11 23-07-11 t/m 04-09-11 Maandag 05-09-11

Contacten ouders - school
In de Nieuwsbrief krijgt u tijdig informatie over te houden spreekavonden, ouderavonden enz. In het algemeen zijn er minstens 5 van dergelijke avonden per schooljaar. Het is overigens niet nodig daar steeds op te wachten. Uiteraard kunt u dagelijks op school terecht met uw vragen, vaak is een afspraak maken met de leerkracht nuttig. Dan wordt er even echt de tijd voor genomen om u te woord te staan.

Directie

  • directeur: M. Meindertsma
  • adjunct-directeur: G. Halsema-de Groot

In het algemeen vindt u de directeur dagelijks op De Voorhof en de adjunct op De Veste.

Lijst personeelsleden: zie team.

Rekeningnummers van de beide locaties

Rekeningnummer De Voorhof: 31.73.29.863
Rekeningnummer De Veste: 31.73.35.596

Voor verdere adressen zie onze complete schoolgids (op papier of CD-rom).






  LAATSTE UPDATE
Overstromingen (28-08)
Agenda (28-08)
Team (28-08)

  WIST JE DAT...
De droogste plek op aarde het plaatsje Calama (in het land Chili) is? Het heeft daar sinds mensenheugenis nog niet geregend!

  KUNSTWERK
Willekeurig kunstwerk van een leerling

  NIEUWSBRIEF
Wilt u ook de nieuwbrief digitaal ontvangen? Klik dan hier en meld u aan!

Overzicht van het team 2010-2011
Overstromingen in Overijssel
De agenda is bijgewerkt voor het huidige schooljaar